


verleden > Van Nelle Fabriek > Meer info
De Rotterdamse Van Nelle fabriek en Gispen.
Samen hebben zij een inspirerende verbintenis van 75 jaar. Architectuur en kantoorinrichting vullen elkaar aan vanuit een totaalvisie op de werkomgeving. Deze synergie in opvattingen over functionaliteit, technische innovatie en comfort was er in 1929. En is er nog steeds in de huidige Van Nelle Ontwerpfabriek, waarvoor Gispen een deel van de inrichting heeft verzorgd.
Het Nieuwe Bouwen
Met de Van Nelle fabriek zetten de architecten Brinkman en Van der Vlugt en vormgever W.H. Gispen een nieuwe traditie neer: het Nieuwe Bouwen. Dit begon met het gebouw zelf. Geen donkere, bedompte fabriekshallen meer. Met licht, lucht en ruimte was het beter werken.
Met de Van Nelle fabriek zetten de architecten Brinkman en Van der Vlugt en vormgever W.H. Gispen een nieuwe traditie neer: het Nieuwe Bouwen. Dit begon met het gebouw zelf. Geen donkere, bedompte fabriekshallen meer. Met licht, lucht en ruimte was het beter werken.
De honderden mensen die bij Van Nelle dagelijks tabak kerfden, koffie brandden en thee verpakten, werkten in een omgeving met veel daglicht. Glazen wanden lieten zonlicht en lucht door in ruime, rationeel geordende fabriekshallen. Ze waren gevuld met planten. Ventilatoren zorgden voor luchtdoorstroming en er waren goede sanitaire voorzieningen, inclusief douches. Ook voor ontspanning en persoonlijke ontwikkeling werd gezorgd. Achter de fabriek waren korf- en voetbalvelden en in het gebouw was een bibliotheek.
Bij ‘gezonder werken, beter leven’ hoorde in die tijd een functionele en fraai ogende inrichting. Ontdaan van uitbundige decoraties, zoals bij eerdere stijlen gebruikelijk was, bleven eenvoudige vormen over. De functie was daarvoor bepalend. Een lamp moest licht geven en hoefde dus niet meer te zijn dan glas, een fitting, een pitje en een houder met een electriciteitsverbinding.
De moderne architecten en vormgevers spraken dan ook over form follows function. Uit de functie kwam de vorm voort. Daarmee bedoelden ze geen dorre techniek. Functionaliteit en de schoonheid van de eenvoud gingen juist samen en versterkten elkaar. Dat maakte het prettig om te werken en te wonen. Zo dachten Brinkman, Van der Vlugt en Gispen, voortrekkers van de moderne beweging het Nieuwe Bouwen.
In die geest richtte Gispen het hoofdkantoor van de Van Nelle fabriek in. Hij concentreerde zich op de directiekamers, wachtruimten en trappartijen. Een markant voorbeeld van functionaliteit en ingenieuze eenvoud was de dubbele bank met radiator voor de wachtkamer van het fabriekskantoor. Een ontwerp dat Gispen speciaal voor Van Nelle maakte. Twee rijen wachtenden konden zitten op deze brede, als uit één beweging gevormde stalen bank. De glooiing van het staal aan beide zijden ondersteunde de zithouding. Dankzij de tussengelegen radiator, waar de gebruikers ruggelings tegenaan zaten, konden zij zich in herfst en winter verwarmen.
Volgens hetzelfde principe maakte Gispen diverse variaties van de diagonaalstoel, die de kantoorruimten sierden. De zitting werd gesteund door twee diagonale stalen buizen met afgeronde hoeken. Een eenvoudige linnen strook tussen de buizen vormde de rugleuning.
Hoewel de meeste decoratie door de moderne vormgevers taboe was verklaard, gaf Gispen hier en daar wel een chic accent. Van Nelle medewerkers dronken thee aan fraaie ronde tafels met blauw opaalglas in de tearoom boven in de fabriek. Ook de bureaulampen in de directiekamers straalden in hun eenvoud onmiskenbaar stijl uit. Het Gispen meubilair was een typisch voorbeeld van machine-esthetiek: de schoonheid was machinaal en niet langer handmatig gemaakt.
De Gispen stalen buismeubelen in de Van Nelle fabriek waren de eerste in Nederland die seriematig gemaakt waren. De constructie met aan elkaar gelaste onderdelen bleek uitermate duurzaam. En de stoelen waren licht, dus makkelijk verplaatsbaar. Zo zette het Nieuwe Bouwen de toon voor een traditie in moderne kantoorinrichting.
Van Nelle fabriek
“Het mooiste schouwspel van de moderne tijd.”
Zo noemde de beroemde Franse architect Le Corbusier de Van Nelle fabriek toen hij in 1932 het gebouw in Overschie voor het eerst zag. Het karakteristieke silhouet, de paddestoelkolommen die de opbouw steunden, en de glazen vliesgevels waren voor hem sprankelende bewijzen van de schone, onvoorwaardelijke puurheid.
Zo noemde de beroemde Franse architect Le Corbusier de Van Nelle fabriek toen hij in 1932 het gebouw in Overschie voor het eerst zag. Het karakteristieke silhouet, de paddestoelkolommen die de opbouw steunden, en de glazen vliesgevels waren voor hem sprankelende bewijzen van de schone, onvoorwaardelijke puurheid.
De schoonheid van de fabriek, maar ook van de inrichting door Gispen hebben de Van Nelle tot een internationale icoon van het Nieuwe Bouwen gemaakt. Het is rijksmonument en is voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.
De inrichting van de Van Nelle fabriek door Gispen omvatte een groot aantal diagonaalstoelen, bureaulampen, vergadertafels, ronde tafels, zithoeken, kapstokken, hoedenstandaards, opbergkasten en trapleuningen. Deze grote opdracht kwam voort uit een jarenlange vriendschap en professionele samenwerking. Architect Leen van der Vlugt kende Gispen al sinds 1912, toen ze bouwkunst studeerden aan de Rotterdamse Academie. De verbintenis tussen Van der Vlugt en Brinkman vanaf 1925 betekende voor Gispen talrijke opdrachten met de inrichting van de Van Nelle fabriek en Huis Sonneveld als hoogtepunten.
Aan de bron van deze unieke monumenten stonden overigens niet alleen architecten en vormgevers van het Nieuwe Bouwen, maar ook creatieve en sociaal bewogen ondernemers: Van Nelle directeuren Kees van der Leeuw en Bertus Sonneveld.
Gispen had via de architecten Van der Vlugt en Brinkman in 1928 al meegewerkt aan de inrichting van het woonhuis van Van der Leeuw aan de Kralingse Plaslaan. In 1933 richtte Gispen ook het door dezelfde architecten ontworpen woonhuis van Sonneveld in aan de Jongkindstraat, het huidige Rotterdamse Museumkwartier. Zowel Van der Leeuw als Sonneveld droegen de ideeën over het moderne kantoor en de moderne woning een warm hart toe en maakten het mogelijk om deze projecten te realiseren.
Gispen iconen
De Van Nelle fabriek en de nauwe samenwerking met haar architecten gaven de ondernemer Gispen een enorme impuls. Hij kon nu zijn stalen buismeubelen in massaproductie nemen. Toch was het geen massameubel. Het was voor het brede publiek te duur en het kille staal ging de meesten te ver. Maar architecten, kunstliefhebbers en welgestelde burgers konden de ijle vormen wel waarderen.
De Van Nelle fabriek en de nauwe samenwerking met haar architecten gaven de ondernemer Gispen een enorme impuls. Hij kon nu zijn stalen buismeubelen in massaproductie nemen. Toch was het geen massameubel. Het was voor het brede publiek te duur en het kille staal ging de meesten te ver. Maar architecten, kunstliefhebbers en welgestelde burgers konden de ijle vormen wel waarderen.
Gispen draaide op volle toeren en breidde uit. Meubels die nu Gispen iconen zijn geworden, verlieten in grote aantallen de draai- en buigbanken van de fabriek aan de Rotterdamse Voorhaven. Zoals de diagonaal stoelen, de fauteuils, tafels, bureau’s en talrijke lampen.
De beroemde Giso-lampen waren al voor de bouw van de Van Nelle een groot succes. Hiermee schaarde Gispen zich in de frontlinies van de internationale avantgarde. De lichtkwaliteit en het lage energieverbruik overtuigden niet alleen architecten, die ze voor hun interieurs lieten installeren. Ook gemeentelijke energiebedrijven en elektrotechnische installatiebureau’s adviseerden dit ‘juiste licht op de juiste plaats’. De gemeente Rotterdam stelde voor al haar scholen de Giso-lamp no. 18b zelfs verplicht.
Van Nelle Ontwerpfabriek
Ruim zestig jaar was de Van Nelle fabriek in vol bedrijf. Gispen zorgde ook nu weer voor delen van de inrichting. Zo stonden in de kantoorruimten onder meer bureau’s en stoelen uit de Gispen AZ-serie, ontworpen door André Cordemeyer. Voortbouwend op de stijl die Gispen in de fabriek al eerder had neergezet, was ook deze serie functioneel in gebruik en elegant in haar eenvoud.
Ruim zestig jaar was de Van Nelle fabriek in vol bedrijf. Gispen zorgde ook nu weer voor delen van de inrichting. Zo stonden in de kantoorruimten onder meer bureau’s en stoelen uit de Gispen AZ-serie, ontworpen door André Cordemeyer. Voortbouwend op de stijl die Gispen in de fabriek al eerder had neergezet, was ook deze serie functioneel in gebruik en elegant in haar eenvoud.
De band tussen Van Nelle en Gispen bleef. Ook nadat de fabriek rond 1990 haar functie als producent van koffie, thee en tabak verloor. Nieuwe bedrijven trokken in de Van Nelle fabriek: architectenbureau’s, webdesigners, juridische raadgevers en meubelleveranciers.
Het gebouw van Brinkman en Van der Vlugt verenigt allerlei soorten werkzaamheden onder de verzamelnaam Van Nelle Ontwerpfabriek. Er wordt niet meer van 9 tot 6 gewerkt, maar van 7 uur ’s ochtends tot 12 uur ’s nachts. Er wordt gefeest in de voormalige tabakskerverij. In de koffiefabriek zijn er tentoonstellingen, theatervoorstellingen en seminars. En in de exclusieve tearoom, waar ooit de Gispen opaalglazen tafels stonden, houden bedrijven nu hun presentaties met een weids uitzicht over Rotterdam.
Terug












